Als je het over voedselveiligheid hebt, dan denken de meeste mensen aan lood dat uit het glazuur ‘lekt’, in je maaltijd of je koffie. Maar het verhaal is wat complexer dan dat. En alvast een kleine en zeer verstandige bijsluiter voor onderstaande: je kan je leven vullen met leren over glazuren, toxische stoffen en hoe ze zich gedragen in glazuur dat in aanraking komt met voedsel. Wat ik hieronder vertel is een algemeen verhaal. Vraag als particulier altijd advies van een professional en als inkoper van keramiek: zorg dat je met een keramist werkt die voedselveiligheid serieus neemt.
Waar gaat het over als je het over ‘voedselveilig’ hebt?
Voedselveilig kun je op twee manieren uitleggen. De eerste is de meest bekende. Namelijk of het glazuur zware metalen of andere giftige stoffen ‘lekt’ in het voedsel waarmee het in aanraking komt. Het bekendste voorbeeld hiervan is lood. Dit werd in glazuur gedaan om het goed te laten smelten op temperaturen die bereikt konden worden met de oude ovens. Dat de associatie nog steeds is om het over lood te hebben is een wel heel beperkte manier van praten over dit onderwerp. Ten eerste is lood niet meer nodig als smeltmiddel, ten tweede wil ik je uitdagen om een winkel binnen te stappen en een glazuur met lood te kopen. Je loopt dan waarschijnlijk naar buiten met niks, of een fles met een grote rode driehoek erop. Het is gewoon niet meer gangbaar. Maar er zijn voldoende andere giftige stoffen in glazuren. Neem kobalt. En als een glazuur niet goed ‘vitrificeert’ dan eindig je met een open structuur. Vitrificatie is namelijk het versmelten van glazuur om zich zo vast te hechten aan de klei. Als dat niet goed gebeurt, om tig redenen, dan kunnen chemicaliën in je voedsel lekken. En dat is waar veel mensen naar refereren wanneer je het hebt over voedselveilig keramiek. Maar je hebt ook een tweede deel van het verhaal. En dat is of het stuk keramiek gemaakt is voor het gebruik. Kan het glazuur wel tegen dat gehak en geroer met metalen lepels, messen en vorken? Dat wordt weleens vergeten.
Waarom moet je keramiek glazuren?
Een glazuur heeft de functie om een bord, mok of kom waterdicht te maken. Klei is, ook als je het hebt gebakken op 1200 graden, poreus. Het heeft dus een ‘open’ structuur en dat is niet voedselveilig. Wil niet zeggen dat er in alle klei chemische stoffen zitten en dan je geen 200 jaar kan worden als je uit een kom van klei eet die je altijd netjes op 70 graden afwast. Genoeg mensen in de wereld die dat probleemloos doen. Maar wil je een glad, afwasbaar oppervlak, dan glazuur je. Dus dat is de standaard, met reden. Het maakt keramiek ook langer houdbaar.
Welk glazuur is voedselveilig
Chemische giftige stoffen die niet in een glazuur zitten, kunnen er ook niet uitlekken. Zo simpel is het. Een transparant, glanzend steengoedglazuur is voedselveilig. Ik heb het hier niet over een loodhoudend aardewerkglazuur waar je misschien met moeite aan kan komen, maar over een standaard voedselveilig transparant glazuur, uiteraard.
Maar we houden van mooie glazuren met z’n allen. Matte glazuren, fel gekleurde glazuren. Allemaal kleuren glazuur door, langs en over elkaar. En die vraag om felle kleuren, mooie structuren en effecten; daar zit ‘m de issue. Want het is dit mixen, mengen, experimenteren en smeren van al dat moois wat de voedselveiligheid niet ten goede komt. ‘Maar het staat op de verpakking dat het voedselveilig is’, hoor ik vaak. Maar dan is het bijvoorbeeld een glazuur uit de Verenigde Staten, waar de standaarden heel anders zijn dan in de EU. Een docent zei een keer: wil je voedselveilig glazuur, kies dan voor glans. Altijd. En dan wit, tenmoku (een donkerbruin, bijna zwart glazuur) of transparant. Dat is wel heel beperkt he?
Maar nu even praktisch, hoe kun je omgaan met voedselveiligheid
Om het heel simpel te stellen: het maakt niet uit wat voor troep je op de buitenkant van je mok hebt zitten. En dan ‘vergeet’ ik voor het gemak het milieuaspect, want die blauwe mok met kobalt komt wel degelijk ooit in de afvalberg terecht of de verwerkingsoven. Maar wat betreft voedselveiligheid is het een goede keuze om dat waar voedsel mee in aanraking komt neutraal te houden, maar dat is natuurlijk niet altijd te doen. Hier wat tips voor het werken met gekleurde glazuren.
- Lees het etiket, ‘voedselveilig’ is een eerste check.
- Gebruik geen mat glazuren op de binnenzijde van gebruiksgoed. Het is hip, iedereen vind het prachtig en ja, er staat ‘voedselveilig’ op het etiket maar doe het gewoon niet. Het gaat snel achteruit, heeft kleine porieën (kijk maar eens met een loep). Het hoort gewoon niet op een bord of in een mok.
- Doe een visuele check: is het oppervlak echt strak glad?
- Gebruik spaarzaam en doelmatig.
- Houd het item in de gaten. Wordt het dof, zie je lijntjes ontstaan of hele kleine putjes in je ontbijtbord: dan kun je er nog een plantje in zetten maar eet er niet meer uit.
Als je van meet af aan geen giftige stoffen in je glazuur verwerkt, ben je al een heel eind op de goede weg. Toch blijft het belangrijk dat het glazuur ook functioneel, duurzaam en esthetisch aantrekkelijk is. Dus natuurlijk kies je regelmatig voor een kleurrijke binnenzijde. Maar zoals ze in het Engels zeggen: educate yourself.
Een snelle test voor voedselveiligheid
Wil je snel een eerste indicatie krijgen of een glazuur veilig is, maar niet naar een laboratorium om voor veel geld een glazuur te laten testen? Dit is de huis-tuin-en-keukentruc van keramisten.
- Neem een klein keramisch kopje, glazuur het volledig aan de binnenkant en bak het af.
- Vul het kopje tot de helft met azijn en laat het 24 uur staan, of citroensap.
- Giet het kopje leeg, droog het en kijk goed.
Als het glazuur in aanraking met het zuur van textuur of uiterlijk veranderd is, dan is het niet stabiel genoeg. Dit betekent dat het waarschijnlijk chemicaliën in zure voedingsmiddelen zal afgeven en ook niet goed bestand is tegen schoonmaakmiddelen. Dus is het dof geworden, of veranderd van kleur? Niet gebruiken aan de zijde die met voedsel in aanraking komt.
Een glazuur dat deze test doorstaat, is waarschijnlijk veilig voor voedselcontact. Maar houd er rekening mee dat dit dus een indicatie geeft voor dat type klei, wat gebakken is op die temperatuur. Het zegt dus iets over dat glazuur dat op die manier toegepast is. Stook je het op een andere klei, op een andere temperatuur? Ander verhaal misschien!
Keramisten en voedsel veiligheid: de klant bepaalt?
Ik ken keramisten die zonder blikken of blozen mokken aan cafés verkopen die eigenlijk niet geschikt zijn voor dat doeleinde. Natuurlijk valt niemand dood neer van een paar kopjes koffie uit een mok met blauw mat glazuur aan de binnenzijde. En hee, als het glazuur beschadigt over een jaar, dan kun je dat ook verwijten aan te veelvuldig gebruik. Maar ik vind het niet verstandig. Kijk als klant dus met een kritische blik naar je eigen ideeën en luister naar de keramist. Want ’tsja, de klant wilde het zo’ is vaak de reden dat dit soort keramiek toch bij de opdrachtgever terechtkomt. Zonde. Want ook uit financieel oogpunt is het niet verstandig: keramiek dat niet voedselveilig is verweerd sneller. En dus kun je het sneller weggooien.